Een dak met groendakpannen behoudt de voordelen van een pannendak, ventilerend en waterkerend. De hulpstukken zijn uitgevoerd als: ‘hulpstukken zonder groen’; dus niet als specifieke groene dakpan. De Groendakpan kan toegepast worden met bestaande dakpannen en hulpstukken zoals de nokpan, hoekpan, vogelpan, dakdoorvoer, e.d. De groendakpan kan extra vastgelegd worden met een pannenhaak of schroef op de kop. Om de veiligheid en het onderhoud van het groendak te waarborgen, worden valbeveiliging en irrigatie aanbevolen.
Een groenpannendak maak je net zoals een gewoon pannendak. De groendakpan leg je op precies dezelfde wijze als een betonnen sneldekpan. Een groendakpan is hetzelfde als een standaard sneldekpan en sluit perfect aan. Afstand van bovenkant onderste panlat tot bovenkant bovenste panlat is variabel tussen circa 32 en 35 cm (afhankelijk van de dakschuinte). De groendakpan hangt aan de bovenste lat en ligt op de onderste lat.
Door afmeting en gewicht gelijk aan een sneldekpan wordt de groendakpan gelegd met de eenvoud van een traditioneel pannendak. Omdat de groendakpan met opbouw en plantjes één geheel vormt is deze eenvoudig waterdicht te leggen en zijn dakhellingen van 20º tot 55º goed haalbaar. Kortom, als een pannendak.
Het leggen of vervangen van een pannendak is een zorgvuldige klus. Het is essentieel dat dakpannen zorgvuldig en correct worden geplaatst, zodat het dak volledig water- en winddicht is. Groendakpannen worden op dezelfde manier gelegd als gangbare betonnen dakpannen, maar vragen extra aandacht op een aantal specifieke punten. Daarom is het sterk aan te raden om groendakpannen altijd door professionals te laten leggen.
Op deze pagina leest u de belangrijkste aandachtspunten waarmee rekening moet worden gehouden bij het leggen van groendakpannen.
Het leggen van groendakpannen gebeurt volgens de gangbare eisen en geldende regelgeving voor pannendaken. Correcte uitvoering is noodzakelijk om een duurzaam, water- en winddicht dak te garanderen.
Groendakpannen leggen is werk op hoogte en vraagt om extra aandacht voor veiligheid. De benodigde veiligheidsmaatregelen maken de uitvoering complexer. Tijdens de uitvoering worden pannen doorgaans op het dak verwerkt vanaf de gehesen pallet. Het toepassen van aanlijnvoorzieningen is daarbij essentieel. Deze aanlijnvoorzieningen kunnen tevens dienen als voorzieningen voor toekomstig onderhoud.
Bij groendakpannen groeit daadwerkelijk een stukje natuur mee. Op en in de bovenste laag (het substraat) bevinden zich sedum- of vetplanten. De mate van begroeiing kan per pan verschillen. Denk daarbij om:
Voor een correcte plaatsing van de dakpannen moet een vaste methodiek worden gevolgd. Daarbij zijn voorbereiding en maatvoering cruciaal. De volgende aandachtspunten:
Er kan worden gekozen om de pannen eerst uit te zetten op het dak of direct te beginnen met leggen. Meestal wordt gewerkt van links onder naar rechts boven. Werk volgens de montage-handleiding van de standaard dakpannen.
Belangrijk bij het leggen:
Het is verstandig om tijdens het leggen van de groendakpannen direct irrigatie (beregening) aan te brengen. Gebruik geen druppelslangen maar vernevel bij voorkeur water over de plantjes heen, pop-up-sproeiers zijn geschikt. De leidingen kunnen met tyreps of rvs-draad aan de bovenzijde van de groendakpan worden bevestigd. Hiervoor wordt een klein gaatje geboord in de opstaande rand van de pan.
De groendakpannen mogen niet belast worden door erop te steunen. Betreden van het dak kan veilig door:
Leg de groendakpannen rustig en houd ze niet ondersteboven of omgekeerd. Voor een natuurlijk en gevarieerd eindbeeld is het belangrijk om de pannen niet te sorteren op kleur of soort. Het is aan te raden om partijen onderling te mengen, bij levering af fabriek wordt dit al per pallet gedaan.
Houd er rekening mee dat de beplanting tijd nodig heeft om te herstellen van het transport en de nieuwe locatie. Alle groendakpannen zijn met een goede laagopbouw gemaakt en de beplanting is jong volwassen, waardoor deze zich na aanleg goed kan ontwikkelen. De groendakpan zal zich op het dak ontwikkelen naar zijn omgeving. Afwijkingen of eventuel de wat kalere plekken zullen vanzelf weer dichtgroeien of kunnen bij de jaarlijkse onderhoudsbeurt bijgewerkt worden. Het dak leeft!
Het is aan te raden de planten voldoende water te geven. Een vochtige substraatlaag, zeker na aanleg van het dak, bevordert een goede doorworteling.
Zorg ervoor dat in de eerste tijd op het dak de planten water krijgen. Vaak is bij nieuwbouw onvoldoende water aanwezig en werken installaties nog niet volledig juist. Sedumplanten hebben huidmondjes die ’s nachts openstaan. Daarom gaat naar beregening in de nacht of vroege ochtend de voorkeur uit, bijvoorbeeld met een tijdklok of met besturing.